In het begin van de oorlog vluchtte de twaalfjarige Sylvère uit Dadizele.
Naarmate het geweld escaleerde werd de paniek groter onder de bevolking. Iedereen sloeg op de vlucht, enkele uitzonderingen niet te na gesproken. Ook wij besloten te vluchten, wij lieten niet graag alles achter maar het leven was ons te lief. Alles wat we met veel werken en wroeten hadden opgebouwd, moesten wij nu achterlaten, ook onze vier koeien, onze vier vette varkentjes, vijftig koppels duiven en een twintigtal hennen. Zonde was het.
(Uit: Een kleine jongen in de Groote Oorlog, Daisy Decoene)