Inhuldiging standbeeld A. Rodenbach, Roeselare, augustus 1909
Inhuldiging standbeeld A. Rodenbach, Roeselare, augustus 1909
Inhuldiging standbeeld A. Rodenbach, Roeselare, augustus 1909
Inhuldiging standbeeld A. Rodenbach, Roeselare, augustus 1909
Inhuldiging standbeeld A. Rodenbach, Roeselare, augustus 1909
Inhuldiging standbeeld A. Rodenbach, Roeselare, augustus 1909
Inhuldiging standbeeld A. Rodenbach, Roeselare, augustus 1909
Inhuldiging standbeeld A. Rodenbach, Roeselare, augustus 1909
Inhuldiging standbeeld A. Rodenbach, Roeselare, augustus 1909

Inhuldiging standbeeld A. Rodenbach, Roeselare, augustus 1909


Objectnummer
WD20130626_0028
Inhoud

Albrecht Rodenbach liep school in het Klein Seminarie van Roeselare. Daar werden hij en zijn medeleerlingen begeesterd door enkele priester-leraars, van wie de belangrijkste Hugo Verriest, oud-leerling van Guido Gezelle, was. Verriests pleidooi voor een katholieke Vlaamse Beweging sloeg aan bij Rodenbach en zijn medeleerlingen.

Geïnspireerd door Hendrik Consciences roman "Kerels van Vlaanderen" raakten de Roeselaarse leerlingen in de ban van de kerelsromantiek. De Kerels waren vrije boeren die streden tegen de verachtelijke Isegrims, maar uiteindelijk aan het kortste eind trokken. In 1875 verheerlijkte Rodenbach hen in zijn Kerelsliederen. Hieruit kwam de leuze: "Vliegt de Blauwvoet! Storm op zee!" Zo kreeg deze beweging de naam blauwvoeterij. Maar deze naam steunde in feite op een interpretatiefout. Want, wat Rodenbach echter niet wist is dat Conscience zijn verhaal had gebaseerd op de zesdelige "Histoire de Flandres" van de Vlaamsgezinde katholieke politicus uit Eeklo en historicus Baron Joseph Kervyn de Lettenhove (1817-1891), gepubliceerd tussen 1847 en 1850. Deze verhaalt hierin de waar gebeurde ruzie tussen de Veurnse families Blauvoet en Ingrekin in de 12e eeuw. Dus het ging hier niet over romantische begrippen zoals heldhaftige daden, verbeten strijd of vurig wapengekletter. Nadien dachten velen dat het woord blauwvoet verwees naar de symbolische benaming voor een jan-van-gent, een vogel die men slechts zag vliegen bij storm op zee. Daarom houdt de hand van Albrecht Rodenbach een grote vogel vast op zijn bronzen standbeeld in Roeselare.

Deze Vlaamsgezindheid werd door de kerkelijke overheid echter niet altijd geapprecieerd. Het kwam uiteindelijk tot een conflict tussen studenten, onder leiding van Albrecht Rodenbach en Julius De Vos, en schooloverheid. Dit conflict zou de geschiedenis ingaan als "De Groote Storinghe".

Ondertussen hadden de Roeselaarse oud-leerlingen Amaat Vyncke en Zeger Malfait het tijdschrift De Vlaamsche Vlagge opgericht. Het predikte een anti-liberalisme en kwam op voor de Vlaamse volkstaal. Dit tijdschrift kan beschouwd worden als een eerste stap naar een georganiseerde studentenbeweging. Het tijdschrift werd een spreekbuis van de studentenbeweging die in heel Vlaanderen tot ontwikkeling kwam. De redactie ontving ook brieven van studenten uit andere bisdommen, en uit die contacten begon het idee van een overkoepelende studentenbeweging te rijpen. De Algemene Studentenbond werd in 1877 opgericht. De stichters en leidende figuren waren Albrecht Rodenbach, Pol De Mont uit het Klein-Seminarie van Mechelen en Amaat Joos uit het Klein-Seminarie van Sint-Niklaas. Rodenbach werd tot algemeen voorzitter verkozen en zou vanaf dan op de voorgrond treden als groot bezieler van de overkoepelende studentenbeweging. Hij zette de grote lijnen uit die de katholieke studentenbeweging nog lang na hem zou blijven volgen. Hij propageerde een romantisch getint Vlaams bewustzijn. Centraal hierin stond de boodschap van Gezelle en Verriest “Wees Vlaming dien God Vlaming schiep”: de scholieren dienden gevormd te worden tot authentieke - en dus katholieke - Vlamingen die in de Vlaamse strijd hun verantwoordelijkheid zouden opnemen.

Samen met Pol de Mont stichtte hij in 1877 het literaire tijdschrift Het Pennoen. In 1880 verbraken de twee de samenwerking en gaf Rodenbach eenmalig het literair tijdschrift "Nieuwe Pennoen" uit.

Tegenwerking van de kerkelijke overheid, onenigheid (onder meer met Pol de Mont) en provinciale tegenstellingen (Rodenbach was een voorstander van het West-Vlaams taalparticularisme) bespoedigden echter de teloorgang van deze eerste overkoepeling. Rodenbachs vroegtijdige dood in 1880 gaf de genadeslag. Onder meer door die vroegtijdige dood zou de "wonderknape" Rodenbach een mythische figuur worden naar wie later vaak werd verwezen.

Het latere AKVS beriep zich op Rodenbachs erfenis en ook voor KSA blijft hij een inspirerende figuur. Die vierde zijn honderdste geboortedag in het Rodenbachjaar 1956 met een nieuwe koppelriem waarop de blauwvoet prijkt en die nog steeds in gebruik is.

Plaats
Roeselare (is vervaardigd in)

Deze websites maakt gebruik van cookies Accepteer.