Affiche van de Toneel- en Operetteopvoering "Gravin Maritza" door het Roeselaars Koninklijk Lyrisch Gezelschap "Kunst Veredelt", Roeselare, 1960


Objectnummer
KUV20191016_030
Objectnaam
affiche
Beschrijvende notitie

Deze foto behoort tot een verzameling artefacten van de culturele vereniging, operettetheater  "Kunst veredelt" van Roeselare.

Herken je mensen op deze foto? Weet je wat hier exact wordt afgebeeld? Of heb je andere aanvullingen bij deze foto? ... Vul dan graag het formulier "Reactie toevoegen" in.

 

Vervaardiger
Drukkerij Dermaut
Inhoud

Deze affiche annonceert een culturele voorstelling van het  Roeselaars Koninklijk Lyrisch Gezelschap "Kunst Veredelt" in feestzaal 'Patria' te Roeselare. Het betreft de 'duivelse Szardas-operette' " Gravin Maritza" van componist Emmerich Kalman, met een hoofdvertolking van Simonne Van Parys.

Dit evenement vindt plaats in de  Feestzaal  "Patria" te Roeselare. De voorstellingen  gaan door op zondag 29 oktober 1960 om 18:30 en zondag 5 november 1960 om 15:00.

Kaarten zijn te koop bij dhr. Dhont " Noordstraat 29  te Roeselare.

Inhoud van de operette:     http://www.ozg-orpheus.nl/orpheus/werken/GravinMarizaInhoud.php

 

 
De gebeurtenissen spelen zich af op een landgoed in Hongarije rond 1924

 

eerste bedrijf   -  buiten op het landgoed
 
Graaf Tassilo Endrödy-Wittemburg heeft als oudste zoon van zijn vader niet alleen de graven-titel maar ook diens schulden geërfd. Hij is dan ook gedwongen om zijn landgoed en overige bezittingen te verpanden en zijn officierscarriére te beëindigen.

Om in zijn onderhoud te kunnen voorzien heeft Tassilo onder zijn pseudoniem Béla Török een baan als rentmeester op een aan de grens met Bulgarije gelegen Hongaars landgoed aangenomen. Op deze wijze hoopt hij tevens zijn zuster Lisa - die niets van de deplorabele financiële toestand waarin de familie zich bevindt mag weten - een goede opvoeding in overeenstemming met haar stand en een bruidschat te kunnen geven.

Gravin Mariza, de bezitster van het landgoed, is een ongehuwde, niet onknappe, welgestelde jonge dame. Zij geniet, daarbij omringd door een grote schare aanbidders, van het leven te Wenen. Tassilo en Mariza hebben elkaar nooit persoonlijk ontmoet en Mariza heeft er dan ook geen weet van wie haar rentmeester in werkelijkheid is.

Gravin Mariza heeft genoeg van de opdringerige aanbidders en besluit deze af te schudden door haar verloving in scéne te zetten. Als, virtuele, verloofde voert zij ene baron Kolomán Zsupán op, een figuur die zij in de operette “Der Zigeunerbaron” (1891) van Johann Strauß had gezien. Zij laat haar verlovingsaankondiging in alle kranten publiceren en meldt daarin dat het verlovingsfeest op haar landgoed in Hongarije zal plaatsvinden. Haar rentmeester laat zij weten de volgende dag te zullen arriveren en zij draagt hem op alles voor haar verlovingsfeest voor te bereiden.

Als gravin Mariza op haar landgoed verschijnt ziet Tassilo tot zijn schrik dat zijn zuster Lisa zich in het gevolg van de gravin bevindt. Lisa begrijpt niet wat Tassilo hier onder zijn schuilnaam Török doet, maar zij vermoedt dat haar broer bezig is met een of ander galant avontuur. Tassilo komt dit wel goed uit en hij laat haar in die waan.
  De aankondiging van de verloving is zeer tegen de zin van vorst Moritz Dragomir Popolescu, die graag zelf het hart van de gravin wil veroveren. Hij en de schare trouwlustige aanbidders willen nu wel eens die verloofde zien.

Tot grote verrassing van gravin Mariza komt er werkelijk een baron Kolomán Zsupán zijn opwachting maken. Hij bezit een landgoed te Varaždin, heeft middels de krant kennis genomen van de aankondiging van hun verloving en wil nu wel eens van de hoed en de rand weten. Mariza vertelt hem het hoe en waarom, maar is nu voor haar gasten gedwongen met hem het spel verder te spelen.

Het feest neemt nu een aanvang, maar voor de rentmeester Béla Török is op het feest geen plaats. Tassilo voelt zich nu pas echt buiten gesloten en zingt "Auch ich war einst ein feiner Csárdáskavalier!". Mariza hoort Tassilo´s lied en verzoekt hem dit voor haar gasten ten gehore te brengen. Tassilo weigert dit en Mariza raakt daardoor zeer gebrouilleerd.

Op het feest voorspelt de zigeunerin Manja de toekomst aan Mariza. Die voorspelling luidt: “Voordat er vier weken verstreken zijn, zult u verliefd worden op een heer en edelman”  (Eh ein kurzer Mond ins Land mag entflieh´n, wird dein stolzes Herz in Liebe erglüh´n) Mariza besluit dan om niet met vorst Populescu en de overige gasten naar de stad te gaan, maar om op haar landgoed te blijven.
 
 
 
tweede bedrijf   -  in het paleis
 
Tassilo´s zuster Lisa is bij Mariza gebleven. Op verzoek van Tassilo doet Lisa net of zij haar broer niet kent.

Intussen heeft Zsupán vastgesteld dat hij bij Mariza geen kans heeft en maakt daarom nu Lisa het hof. Tassilo kan zich, verliefd als hij is, moeilijk in zijn positie schikken. Na een periode van toenadering tussen Tassilo en Mariza ontstaat tussen hen beiden toch weer onenigheid. Tassilo en Mariza hebben een afspraak voor een souper, maar als plotseling vorst Populescu met gasten opduikt laat zij Tassilo op beledigende wijze staan.

Tassilo schrijft aan zijn vriend, baron Karl Stephan Liebenberg, een brief waarin hij zich beklaagt over de ontstane situatie waaronder hij nu moet leven.
  Via vorst Populescu, die zijn kans schoon ziet, valt die brief echter in handen van Mariza. Zij legt de inhoud verkeerd uit, zij leest uit die brief dat het Tassilo alleen om haar geld te doen is. Tevens leert de brief haar dat Tassilo niet de man is voor wie hij zich uitgeeft. Zij laat de brief echter wel verzenden. In het bijzijn van allen vernedert zij Tassilo en geeft hem zijn ontslag met een grote som geld.

Als broer en zus bij elkaar troost zoeken en zij elkaar omhelzen is Mariza toch jaloers, want zij weet niets van hun familierelatie.
 
 
 
derde bedrijf   -  in het paleis
 
Tassilo draagt alle bescheiden betreffende het landgoed over aan Mariza. Beiden mogen elkaar graag, maar zijn te trots om de eerste stap te zetten.

Tassilo neemt afscheid van Lisa en zo ervaart Mariza dat Tassilo en Lisa broer en zuster zijn. Als Tassilo net wil vertrekken, komt zijn tante, vorstin Cäcilie Božena Cuddenstein zu Chlumetz, aan. Zijn vriend baron Karl Stephan Liebenberg heeft namelijk, na ontvangst van de brief van Tassilo, diens tante benaderd. Om haar neef en nicht te helpen heeft de vorstin alle schulden van Tassilo voldaan. Tassilo had een eerder aanbod voor hulp van zijn tante afgeslagen, maar nu neemt hij deze graag aan, zodat hij zijn landgoed en overige bezittingen weer, schuldenvrij, in bezit kan nemen.
  Omdat Tassilo nu zelf weer een vermogend man is, staat niets een verbintenis tussen hem en Mariza meer in de weg.

Baron Kolomán Zsupán doet van harte afstand van zijn, virtuele, verloofde want hij en Lisa zijn het beiden eens geworden.

En vorst Populescu? Die heeft zijn jeugdvriendin vorstin Cäcilie Božena Cuddenstein zu Chlumetz hervonden. Zij hebben samen veel te bespreken.


Maarten WIJDENES
 
 

 

 

Object
Foto van Jacques De Vliegher, de tweede voorzitter van "Kunst Veredelt", 1953-1972. ()

Deze websites maakt gebruik van cookies Accepteer.